Wiljan Vloet - Logo

zondag 3 mei 2015

Emotie

Afgelopen week gaf ik een lezing bij een bedrijf over de verschillen en overeenkomsten  tussen het bedrijfsleven en de sportwereld. Een interessant onderwerp waar ik graag over praat, maar ook graag zelf naar luister. Door mijn ervaring in het bedrijfsleven en als ondernemer en mijn carrière in de voetballerij heb ik er een beeld van.  Naar elkaar luisteren en samenwerken levert toegevoegde waarde op.

Als je alles goed op een rijtje zet, dan realiseer je je dat er veel overeenkomsten zijn en maar weinig verschillen.  De sportwereld dient ook bedrijfsmatig geleid te worden en ook daar spelen er allerlei processen op teruglopend financieel gebied, cultuurverandering en in bedrijfsvoering, die men terugvindt in het bedrijfsleven.  Je zou kunnen stellen dat men ook in de sportwereld dienstverlening levert (vermaak, hospitality) en producten oplevert (opgeleide voetballers) en probeert zoveel mogelijk omzet (verkoop, sponsoring, winnen van wedstrijden) te maken tegen zo gering mogelijke of besparende kosten (Lean werkprocessen, werken met vrijwilligers).
Er is echter wel 1 duidelijk verschil tussen het bedrijfsleven en de sportwereld… 1 ding wat het winnen of verliezen in terugkerende vorm telkens maar weer met zich mee brengt en ad hoc nauwelijks te beïnvloeden is. Deze bijkomende factor heet “emotie “.  
En deze emotie vertaalt zich in vele uitingen in de media. Uitingen over de clubs of over de individuen die er werken. Uitingen die een grote nieuwswaarde pretenderen te hebben door dagelijks in diverse media verschijnen. Binnen de sportwereld bepaalt  de emotie vaak de dagelijkse bedrijfsvoering en in veel gevallen helaas zelfs strategische lange termijn doelstellingen.

Ik kan me daar over verbazen.

Natuurlijk lees ik ook dat er grote problemen zijn bij V&D. En dat zij eigenlijk veel beter een bepaalde doelgroep hadden moeten kiezen om daar hun product aan te verkopen. Maar als ik zie hoe men dagelijks praat of schrijft over de situatie bij FC Twente en hoe daar mensen als Joop Munsterman en Alfred Schreuder publiekelijk aangepakt worden en van alles over zich heen krijgen, dan besef ik dat de emotie binnen de voetballerij zo enorm is dat dit een heel duidelijk en groot verschil is met het bedrijfsleven.

Tijdens Koningsdag zat ik gezellig op een terras met een zeer succesvolle zakenman en hoge ambtenaar van de gemeente. We zaten heerlijk in het zonnetje te kijken naar de kleurrijke stoet van mensen die voorbij kwamen.  Er ontstond een mooie discussie tussen ons drieën. De zakenman en ambtenaar hadden een rustig dagje. Ik werd de hele tijd herkent en schudde, overigens tot mijn genoegen, vele handen. Wat niemand echter van de voorbijgangers  wist, was dat beide heren met geweldig belangrijke opdrachten bezig zijn. Opdrachten die de voorbij lopende mensen vaak persoonlijk raken.
De gemeenteambtenaar die de zorgwet hanteert vanaf 1 januari 2015 en daarvoor beslissingen moeten nemen en stappen moet zetten waar de gemeente eigenlijk nog lang niet klaar voor was. Mede door de niet parate kennis en vaardigheden kwamen veel cliënten in de problemen omdat ze niet de zorg kregen die ze nodig hadden.

De zakenman is bezig met een reorganisatie. Noodzakelijk om klaar te zijn voor de toekomst en zijn bedrijf succesvol te laten zijn. Een noodzakelijke reorganisatie omdat het bedrijf over gaat tot een automatisering proces waardoor er minder arbeidskrachten op de werkvloer nodig zijn Deze reorganisatie gaat mogelijk zo’n 125 mensen hun baan kosten.

En daar las ik dan niets over in de media. Alleen omdat ik hem ken, weet ik dit.  Als er iedere dag in de krant over hem persoonlijk geschreven werd of over zijn bedrijf, zou hij dan anders acteren? Zijn bedrijfsvoering anders inzetten? Hij bleef met het antwoord schuldig. Had hier nog nooit over nagedacht.

Zo op het terras al pratend kwamen we wel al tot mogelijke oplossingen voor een aantal medewerkers die hun baan zouden verliezen.  Veel van deze mensen hebben een afstand tot de arbeidsmarkt omdat zij 50+, weinig tot geen opleiding en eenzijdige werkervaring hebben. Ze zouden kunnen vallen onder de doelgroep van de participatiewet.  
Binnen het betaald voetbal hebben veel clubs een leer-werklandschap gecreereerd. De bedoeling is daar vaak om mensen op te leiden voor het vak beveiliger. Dit doen ze in eerste instantie binnen de club. Ze ondersteunen de wedstrijdbeveiliging en worden later, na diplomering, vaak beveiliger in dienst bij de business partners van de club. We bespraken het interessante idee dat de zakenman als goed werkgever het proces naar ander werk zou kunnen ondersteunen door doorbetaling van salaris tijdens opleidingsperiode, de gemeente zou kunnen ondersteunen opdat medewerkers niet uiteindelijk in de bijstand terecht komen en de sportclub als facilitator van leerwerklandschap.

Ik ben ervan overtuigd dat we vanuit sport, gemeente en bedrijfsleven meer met elkaar zouden moeten samenwerken omdat we vanuit beide “werelden” van toegevoegde waarde kunnen zijn voor elkaar.

In mijn tijd als directeur bij Sparta Rotterdam was ik hier volop mee bezig. Een voetbalclub moet veel meer zijn dan een stadion waar 17 thuiswedstrijden gespeeld worden. Een voetbalclub is in mijn beleving een centrale plek in een wijk waar sport mensen bij elkaar brengt en waar men betekenis geeft in de wijk .
De sportclub als initiatiefnemer, welke daardoor meer kan bieden aan sponsoren dan alleen wedstrijden. De gemeente neemt haar rol omdat je gezamenlijk optrekt om op een maatschappelijk verantwoorde manier invulling te geven aan de sport en aan de bewoners van de wijk.
Voor vele clubs, en gemeentes ligt hier nog een mooie uitdaging klaar. Vaak ontbreekt het aan de juiste creatieve ideeën om het ook echt gestalte te doen geven. En mede ook door de vele wisselingen binnen de sportwereld verdwijnen ideeën vaak weer in de onderste lade.
Ik blijf het benoemen en stimuleren.




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen